dinsdag 3 september 2013

Dag 78: Hel en verdoemenis (part II)

Wie de vorige vakantiedagverslagjes heeft gelezen herinnert zich misschien het onweer van de eerste week dat van zo'n kaliber was dat ik de hele nacht angstig in mijn bed had lag te beven. Mijn opluchting was dan ook groot dat er na het ochtendgloren opnieuw een zonnige dag was aangebroken en ik was al bijna vergeten hoe dwaas ik daar had liggen trillen om wat natuurgeweld. Tot er tegen het einde van de vakantie opnieuw een dergelijke storm voorbij trok.
's Morgens hadden we al een voorgevoel dat het wel eens zou kunnen regenen en we vroegen ons af of we de geplande 'riviertocht' moesten annuleren. Het probleem was echter dat Ferre en co al enkele dagen de oren van ons hoofd 'zaagden' om deze tocht te mogen doen. Na het middageten besloten we het er dan toch maar op te wagen en we trokken met alle 7 de kinderen naar de kabbelende Sure, beneden aan ons kampeerterrein. Volgens Lien konden we een mooie wandeling van ongeveer anderhalf uur doen om dan aan te komen bij de geitenstal van Oda en Jochen, waar we ons vieruurtje zouden nuttigen. Folke zat hoog en droog op mijn rug en de andere kleintjes baanden zich een weg tussen stenen en water. De sfeer zat er in en de grootsten stippelden de beste route uit (niet noodzakelijk de droogste helaas). Na een twintigtal minuten begon het plots lichtjes te druppelen, en de eerste donder rolde door de vallei. In eerste instantie vonden we het allemaal wel spannend en we trokken vrolijk verder naar het einddoel. Na een tijdje ging het voorzichtige gedruppel over in meer stortende regen en kwamen er naast wat loos gegrom ook duidelijke bliksemflitsen bij.
Ik speurde mijn hersenen af naar basis-survival informatie en "wat te doen bij onweer" maar verder dan de gedachte dat het allesbehalve veilig kon zijn om met je voeten in het water te staan kwam ik niet. Opgeven was echter niet meteen een optie, de oevers van de rivier waren op de meeste plaatsen te hoog om er uit te klimmen dus konden we enkel verder stappen en hopen dat de lucht wat zou opklaren. Wat natuurlijk niet gebeurde.
Uiteindelijk hebben we ongeveer 2 uur geploeterd en waren we allemaal doornat. Ik had grootmoedig mijn regenjas afgestaan aan Babette waardoor ook Folke tot op het bot verzopen was in de draagdoek. En nog steeds geen geit in het zicht. Godzijdank was Moppie de hond met ons mee gewandeld en die spotte met haar hondse opmerkzaamheid onze reddingstroepen. David was er met de jeep op uit getrokken om ons te zoeken en kon ons lokaliseren dankzij Moppie haar geblaf. Hij viste ons uit het water en ik hoorde vreemd genoeg geen enkel kind klagen dat we ons einddoel niet hadden gehaald. Onderweg naar huis (heerlijk illegaal met 10 mensen in 1 auto) verzuchtten de helle stemmetjes "Wat een avontuur!". Achteraf kwam deze tocht op nummer 1 bij Ferre zijn favoriete vakantieherinneringen, al beweerde hij de dag zelf dat hij nooit meer in de rivier wou stappen. De kinderen trokken afgemat naar hun tent en al gauw sliepen ze als roosjes. Wat niet van de mama's gezegd kan worden. Die hebben nog de helft van de nacht wakker gelegen door het aanzwellende onweer en met schrik vroegen we ons af of we de kinderen niet bij ons in de caravan moesten nemen. Geen van ons beiden had echter de moed/zin om in het gutsende wolkennat naar de tenten te lopen dus besloten we dan maar de moederlijke wacht te houden vanuit ons plastieken huis. De volgende ochtend bleek dat geen van de vier rakkers iets had gemerkt van al dat gedonder en gebliksem, die hadden gewoon als een blok geslapen. Er volgde dan nog een dagje met een sporadische regenbui die Jasmien dapper trotseerde om met Ferre en Finn een fikse bergwandeling te doen. Ik bleef echter wijselijk binnen met de rest van het gebroed, ik had mijn portie wel gehad ondertussen.

Geen opmerkingen: